Hoe werkt een AI Assistent?

Een AI Assistent is geen los programma dat alles in zijn eentje doet. Het bestaat uit onderdelen die samenwerken. Samen zetten ze jouw vraag om in een resultaat. Je merkt daar zelf weinig van. Jij typt of zegt wat je nodig hebt, en de onderdelen regelen de rest.

Eerst moet de assistent snappen wat je vraagt. Daarvoor gebruikt hij 'natural language processing', kortweg NLP. Dat is techniek die gewone taal begrijpt. Je hoeft dus geen speciale commando's te leren. Je schrijft gewoon zoals je tegen een collega praat, en de assistent haalt eruit wat je wilt.

Daarna gaat de assistent aan het werk. Hij gebruikt generatieve AI, vaak gebouwd op een groot taalmodel (een 'LLM'). Zo'n model kan teksten schrijven en de volgende stappen bedenken. Ook kan de assistent verbinding maken met de systemen van je bedrijf, zodat hij weet hoe jouw bedrijf werkt.

Begrijpen is niet hetzelfde als doen

Een vraag begrijpen is één ding. Het werk echt uitvoeren is iets anders. Juist dat maakt een AI Assistent van nu anders dan de chatbots van vroeger. Een chatbot praat met je. Een AI Assistent praat met je en gaat daarna ook aan de slag.

Een voorbeeld uit de praktijk

Een klant mailt een zelfstandige boekhouder: 'Kun je mijn btw-aangifte van dit kwartaal voor vrijdag klaarmaken? De facturen staan in de bijlage.' De assistent begrijpt dat het om een btw-aangifte gaat en dat er een deadline is. Hij leest de facturen en zet de bedragen in het boekhoudpakket. Daarna zet hij de aangifte klaar en noteert hij de deadline in je agenda. Ook schrijft hij een antwoord aan de klant. Jij controleert alles, keurt het goed en hoeft het zware uitzoekwerk niet meer zelf te doen.

Nadat jij de opdracht hebt gegeven (1), begint de AI-assistent met nadenken. Hij vraagt het taalmodel, het "brein" van de agent, wat hij het beste kan doen (2). Het model kijkt naar de opdracht en naar alle informatie die er is, ziet de patronen en geeft een advies terug (3). Dat advies kan ook gaan over een situatie die nieuw is, want het model leert van eerdere ervaringen.

Daarna gaat de agent aan het werk. Met een tool, de "handen" van de agent, voert hij de actie uit (4). Hij zoekt iets op, plant iets in je agenda of past een bestand aan. Wat daar uitkomt, krijgt hij terug (5). Die uitkomst schrijft de agent op in het geheugen, zijn notitieblok (6), zodat hij later nog weet wat er is gebeurd.

Dan kijkt de agent of het doel al is bereikt. Daarvoor leest hij zijn eigen aantekeningen terug (7) en controleert hij zijn werk. Zo ziet hij ook zelf fouten en kan hij bijsturen. Is het doel nog niet bereikt, dan begint de lus opnieuw bij stap 2. Is alles goed, dan geeft de agent het resultaat aan jou (8).

Jij blijft de baas: jij controleert het resultaat. En ingebouwde regels zorgen dat de agent binnen de wet en de ethische grenzen blijft.